Erasmus in Budapest

Not another WordPress.com weblog

Egy nap. december 15, 2008

Ingedeeld onder: Uncategorized — blaurablogt @ 1:23 pm

De titel betekent : 1 dag. Want, lieve lezers, dat is wat er me nog rest van mijn verblijf in Wonderland. Wablief? Gaat den tijd zo rap? Komt Laura al terug? Jaja, morgen maak ik België terug onveilig met mijn flamboyante persoonlijkheid. Incroyable!

 

Laat me nog even, in de lijn van vorige post, doorgaan met pochen, patsen, stoefen, den dikkenek uithangen en dergelijke meer. Ik heb namelijk nog 3 andere punten teruggekregen.
De professor van Australische literatuur vond dat ik een “excellent essay” had geschreven, en gaf me dus de maximumscore. Jawel, een 5.
De leraar Hongaars vond eveneens dat ik een 5 verdiende, en ikzelf ging volledig akkoord, want nu niet voor ‘t een of ‘t ander maar ik ben er 100% zeker van dat ik alles correct heb ingevuld.
En vandaag had ik mondeling examen over de gedichten van Philip Larkin. De vriendelijkste professor van het heelal heeft me ook hiervoor een 5 gegeven. Hij vond het zelfs belachelijk dat dat in Leuven een 18/20 wordt, want hij vond werkelijk, en ik quote, “that [I] really deserved and earned a 20/20″. Probeer de K.U.Leuven maar eens te overtuigen, zeg ik dan.

Maar dus, de aandachtigen onder jullie komen tot de constatatie dat ik van de vijf punten die ik heb teruggekregen al vijf keer de maximumscore heb behaald. Moeder stelde zich de vraag of dat komt omdat het hier poepsimpel is of omdat ik gewoon uitzonderlijk slim ben. Mijn oprechte eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat het dat laatste is, maar mijn valse bescheidenheid houdt het op een combinatie van beiden. Een grove leugen zou zijn dat het hier poepsimpel is. Het verschil in niveau met Leuven is gewoon aanzienlijk. Maar dat zegt meer over het elitarisme van Leuven, een instituut waar  een 20/20 een haast Platonisch ideaal is, omdat zulk een score simpelweg onbereikbaar wordt gemaakt. Wij van Letteren zijn maar schrijvertjes, wij maken kopietjes van kopietjes. Was ik maar een timmerman, dan zat ik tenminste dichter bij het Ideaal. Hopelijk zijn de meesten onder jullie een beetje bekend met deze theoriekes van meneerke Plato, want anders denken jullie misschien nog dat ik aan de drugs zit. Haha, alsof XTC en weed drugs zijn!

 

Verder heb ik nog een tof nieuwske; Liesbeth, mijn Leuvense vriendin die op Erasmus zit in Ljubljana, heeft dit weekend Budapest met een bezoekje vereerd, samen met 2 andere Belgisch-Sloveense Erasmussers. We zijn goed gaan eten samen en het was enorm gezellig.

 

Nu moet ik echter valiezen maken. Dingen wegsteken, afscheid nemen. Nu ja, ik kom nog wel een weekje ofzo terug in januari, maar toch voelt dit al als een afscheid. Het is vreemd hoe snel het allemaal is gegaan. Maar je ne regrette rien, rien de rien. Ni le bien qu’on ma fait, ni le mal. Tout ça m’est bien égal. Enfin, Piaf, met dat laatste zinnetje ben ik niet volledig akkoord; ‘t is me niet echt gelijk want het doet me allemaal wél iets. Ik ben een geweldige ervaring rijker en zal altijd met een goed gevoel aan mijn tijd hier terugdenken. Om de eventuele meligheid een hak te zetten, zou ik graag afsluiten met een gedicht van bovenvermelde dichter Larkin. Ook al heb ik vandaag gehoord dat ook den deze bad political sympathies had (Eliot, Pound, Yeats, Stevens, … WHY? WHY?), zijn poëzie is van een ongekende edoch dagdagelijkse schoonheid - zij het bitter, cynisch, ironisch. Voor een literatuurstudente is volgend gedicht dan ook uiterst geschikt.

 

A Study of Reading Habits
 
 
  When getting my nose in a book
Cured most things short of school,
It was worth ruining my eyes
To know I could still keep cool,
And deal out the old right hook
To dirty dogs twice my size.

Later, with inch-thick specs,
Evil was just my lark:
Me and my coat and fangs
Had ripping times in the dark.
The women I clubbed with sex!
I broke them up like meringues.

Don’t read much now: the dude
Who lets the girl down before
The hero arrives, the chap
Who’s yellow and keeps the store
Seem far too familiar. Get stewed:
Books are a load of crap.

 

Denk daar maar eens over na!

 

En bij deze neem ik afscheid, ook van jullie lieve lezers. Ik ben namelijk bang dat mijn verhalen in België niet op zoveel bijval en belangstelling zullen kunnen rekenen als nu. Moest het tegendeel waar zijn, dan laat ik jullie wel iets weten.

 

Viszlát! Viszlát! Adieu, vaarwel, goodbye. Een afscheid in Von Trapp-style geef ik jullie.

 

Nieuwe P.ost (vanalles en nogwa) december 9, 2008

Ingedeeld onder: Uncategorized — blaurablogt @ 4:49 pm

Dag lustige lieve lollige lezers,

 

Gezien ongekende successen van mijn schrijfsels zijn er enkele mensen die me subtiel aanmanen tot nog meer geblog vooraleer ik hier “mijn schup afkuis”. Menslievend als ik ben, geef ik graag gehoor aan deze wensen van mijn publiek. Vandaar. Ik heb besloten om te beginnen met een patserig, misschien zelfs bijna ploertig voorgerecht om over te gaan op een protserig en potsierlijk hoofdgerecht. Over het dessert denk ik tijdens schrijven na, het kan pathetisch zijn, maar ik garandeer niets.

 

Om te stoefen dus: ik heb al 2 punten gekregen voor de vakken Booker Prize Winners en The Novelist as a Short Story Writer, waar ik vandaag overigens een mondelinge inhaaltest voor heb afgelegd. Beide professoren stonden duidelijk versteld van mijn vakkundigheid en besloten dus om mij zomaar even een vijf op vijf te geven. Nu, eerlijk is eerlijk, ik geef hen geen ongelijk. Met stipte regelmaat zat ik in hun lessen, met min of meer een Lauraeske vorm van discipline bereidde ik mij telkens weer voor en ik gaf blijk van gezonde wil tot participatie. Trouwens, mijn paper die ik terugkreeg vandaag voor het vak over Short Stories was ook een 5. De professor vond het een, en ik quote, “a joy to read”. Bovendien heb ik “eye for significant detail” en slaag ik erin ”to arrange my findings in a lucid and coherent scheme.” Dank u wel meneer! Maar “to speak frankly”, uw lessen waren oersaai. Wie me wil feliciteren, verras me.

 

Potsierlijkheid alom op de Budapestse Kerstmarkt. Zondag, in een verloren uur (lees: het paperen grondig beu) trok ik naar Vörösmarty tér om een kerstsfeer op te snuiven…Ik ben blij dat ik het deed, want het deed me weer beseffen hoe hartstochtelijk ik deze bedoeningen haat. Misschien omdat het zondag was, maar er was zodanig veel volk dat het wel erg negatief op mijn gemoed werkte. Alsof het hebben van een buggy met een baby erin mij elleboogstoten en rugporren geven legitimeert! Ik dacht het niet. De baby heeft het dan ook geweten, moehaha. Maar dus, ook al was het een mooie setting, dat moet ik toegeven; mooie verlichting etc., ik laat deze markt liever aan mij voorbijgaan. Het grappige is dat hier op Blaha Lujza tér een poging tot een kerstmarkt plaatsvindt. Een triestige, zielige kerstmarkt voor de marginalen, om het grof te stellen. Tegenover de houten miniatuurhuisjes op Vörösmarty heb je hier witte, plastic-achtige containers. Tegenover mooie spullen op Vörösmarty verkopen ze hier schrale en lelijke oostblokprullen. Maar dat heeft natuurlijk ook zijn charmes.

 

Intussen is er ook minder goed nieuws. Ik weet niet of het de Belgische pers/media al heeft bereikt, maar er is een Frans Erasmusmeisje spoorloos verdwenen hier in Budapest. Na een avondje uit hebben ze niets meer van haar vernomen, maar haar sjakos met paspoort enzo hebben ze wel gevonden aan de Kettingbrug. Bizar! Maar goed, ik wil hier niet eindigen met pijnlijk nieuws.

 

Op naar het dessert: in de schijnwerpers deze week staan overheerlijke Italiaanse chocolaatjes: Baci. Van Perugia. Gekregen van Marleen en Aidan die hier op bezoek waren dit weekend. Echt intens en immens lekker. Bovendien waren de etentjes met Marleen en Aidan ook heel erg lekker. Uiteraard heb ik hen het Liszt Ferenc tér getipt, en zijn we in Fresco en Karma gaan eten. Het was heel leuk om mijn tante en neefje eens te zien. En nu ga ik een baci eten en daarna wat kokeneten.

 

Szia!

 

PS: vergeef me mijn tijdelijke obsessie met de P. Opeens was het daar en ik kon het niet meer stoppen.

PPS: Duim voor mij want morgen heb ik test over postmodernisme en test Hongaars. En die teksten van het postmodernisme zijn haast onbegrijpelijk. Bovendien wil ik even kwijt dat radicaal feminisme a load of crap is. Maar dan echt dikke crap. Trek er Lucy Irigaray maar eens op na!

 

Lauzarus. december 4, 2008

Ingedeeld onder: Uncategorized — blaurablogt @ 2:39 pm

Geloof het of geloof het niet; mijn ijzersterke immuunsysteem, gekend voor het afweren van ontelbare ziektes en laatst aangetast zo’n 7 jaren geleden, heeft zich defensief iets minder goed opgesteld afgelopen week. Jaja, vanaf zondag, bij terugkomst uit het mooie Szeged, voelde ik al dat er iets iets niet pluis was. Mijn keel deed verschrikkelijk veel pijn en de rest is een ordinair griepverhaal. Miserabel! Maar vandaag is er beterschap in zicht, ik vond zowaar de kracht om op te staan en om deze blog te onderhouden. Deze bedlegerige dagen hebben echter ook hun voordeel gehad: ik heb eindelijk The Godfather eens gezien, alleen deel III moet er nog aan geloven. Dat is voor vanavond. Topfilm!

 

Maar ik denk dat jullie eerder geïnteresseerd zijn in Szeged dan in Don Corleone, dus, zet jullie schrap, ik steek van wal! (Het is niet zo spannend hoor.) 

Zaterdag ben ik met Janka wat gaan rondstruinen op de kerstmarkt. Onder toeziend ‘oog’ van de imposante Dom dronken we een lekkere gluhwein. Net zoals in Pécs en Budapest staan ook hier prachtige gebouwen, velen ook in de door mij bejubelde art nouveau. ’s Avonds kwamen Timi, Dorka en Nora om pogácsa te maken. Dus, ik heb gezien hoe het moest en nu ga ik thuis die kennis proberen om te zetten in de praktijk. Alleen; verkopen wij thuis ‘gist’ in een pakje? Dat zal ik toch eens moeten natrekken. Na het verslinden van de versgebakken pogácsa trokken we nogmaals naar de kerstmarkt, die helaas al gesloten bleek te zijn. Dan ben ik maar met Janka en Dorka in een café een gluhwein gaan drinken. Erg gezellig!

 

Dom

Dom

Zondag was het familielunch, alleen ontbrak de moeder die voor een nazicht helaas in het ziekenhuis moest verblijven. Dus vader Szabo maakte alles zelf klaar, voorafgaand door een aperitief in het salon. Palinka jawel, om mijn keel te smeren uiteraard. Ze waren onder de indruk dat ik mijn gezicht in de plooi kon houden, want het was weer huisgebrouwen spul. Ik heb ook een fles wijn meegekregen, gemaakt van de druiven die ik mee heb geoogst! Blijkbaar komt er nog een wijnetiket aan, ontworpen door Janka’s grootvader ten tijde van het communisme. De wijn die de grootouders maken is wel niet voor verkoop, normaal gieten ze hem zelfs in plastiek flessen om met familie en vrienden mee te geven. Ik heb wel een glazen fles gekregen. Maar goed, na de lunch was ik zo opgeblazen dat ik haast vanzelf opsteeg, dus ben ik even gaan liggen en blijkbaar in slaap gevallen en toen was ik ziek.

Voor de rest heb ik dus niet veel te vertellen want ik heb alleen maar op mijn kamer gezeten. Boeiend!

 

Het spijt me voor deze weinig entertainende post. Ik maak het wel goed. Alhoewel…ik zal mijn uitgaansleven toch ook op een laag pitje moeten zetten want, zeker met nu ziek te zijn, volgende week is het immens druk: 3 testen en 2 papers. En kunnen jullie geloven dat dit ook mijn laatste week is? Met dit voor jullie heuglijke nieuws (en voor mij stiekem toch ook wel hoor) sluit ik af. Ik heb wat leeswerk te verrichten.

 

Adieu!

 

Muzak. november 27, 2008

Ingedeeld onder: Uncategorized — blaurablogt @ 4:15 pm

Ik wandel dikwijks in Budapest met de iPod in mijn oren en er is één liedje dat me telkens weer raakt. Dan wordt het me te zwaar te moede (Haruki Murakami, ik dank u) en wordt de wereld rondom mij een andere plaats. “Welk lied, welk lied, welk lied?”, hoor ik jullie al denken bij deze toch wel ongebruikelijke sentimentele uitspatting. Ruwe bolster, die Laura, maar een kleine blanke gouden pit, ha nee zekers!

Wel, beste lezers, het lied in kwestie is Impossible Germany van Wilco, een steengoede band met zanger-gitarist-liedjesschrijver Jeff Tweedy. Leuk weetje: de dochter van Woody Guthrie vroeg hen om onuitgegeven liedjes van haar dode vader te vertolken. Who the hell is Woody Guthrie? Eén van de helden van Bob Dylan en Bob Dylan is één van mijn helden en zo is de cirkel rond.

Soit, op de YouTube vond ik een versie waarin de zanger uitleg geeft over het lied, want om eerlijk te zijn, wist ik ook niet goed waar het over ging. Maar een paar dingen die hij zei, vond ik wel van toepassing op mijn verblijf hier. Ik word er zowaar filosofisch van. Neem het echter met een korrteltje zout, want ik wil het hier niet hebben over het Leven en Andere Grote Ideeën, of over hoe Levensingrijpend zo’n Erasmuservaring op mijn Zichzelf Ontwikkelende Persoonlijkheid wel niet is; want dat is absoluut niet de bedoeling. Ik wil gewoon Wilco eren want door het maken van zo’n lied beseffen wij: er is nog Schoonheid (en deze hoofdletter is wél gemeend).

Ik quote een paar zinnen uit zijn interview: 

where does it cease to be impossible when you ‘like’ think about what a country or a place can become / when does it stop being something unbelievable and something that you act upon to try and change when you realize that within yourself there’s something that you really need to fix / basically, when you wake up from denial; waking up where you are in your life / it is nice to wake up in my life and realize that i have so many really great people around me

Zo, en dat vond ik mooi.

Verder heb ik op mijn weekendje Pécs veel Hongaarse muziek leren kennen. Deze keer geen hyperlinks, google/YouTube er zelf maar eens op los! Maar Ghymes (check zeker hun Tanc a hóban), Anima Sound System en Yonderboi zijn me zeker bijgebleven.

 

Om het allemaal terug naar een meer oppervlakkig niveau terug te voeren; jullie correspondente maakt het nog steeds goed. Ze heeft die Morrison’s Pub (zie begin blog) op een blauwe maandagavond een nieuwe kans gegeven en samen met een Portugese Beatlesfan zowaar de karaoke-afdeling opgezweept met een prachtige vertolking. Vanavond gaat ze met Erasmussers op “pré-soirée” in iemands appartement om daarna ikweetnognietwat te gaan doen. Morgen gaat zij naar Szeged (blogske volgt!) voor de laatste keer en last but not least, zij heeft heel veel, téveel te doen voor ‘t uniefke. Ziezo, dat was het weer voor vandaag.

 

Groeten en viszlát en de kost!

 

Pécs. november 23, 2008

Ingedeeld onder: Uncategorized — blaurablogt @ 5:05 pm

Beste allemaal,

 

Zoals eerder aangekondigd ben ik dit weekend naar Pécs getrokken met een Hongaarse klasgenote, Olja. Zij woont met haar familie in een dorp, zo’n 15tal kilometers buiten Pécs, zijnde Pécsvárad. Dit is een lieflijk dorp waar nog restanten staan van een oeroude burcht ten tijde van St. Stefanus I. Ikzelf heb er geen foto’s van omdat het te donker was, maar Google Images biedt een mooi alternatief.

 

Mijn gastgezin was ontzettend gastvrij. Ik kreeg mijn eigen kamer, ik kreeg zeer veel eten en ik kreeg elke avond Hongaarse wijn. Olja’s vader zit in de ‘papierbusiness’, hij heeft zijn eigen fabriekje om kartonnen verpakkingen te maken voor wijn, pizza’s, noem maar op. Zijn belangrijkste afzetmarkt is echter de Hongaarse wijnhandel. Dit heeft als gevolg dat hij een aardige collectie Hongaarse wijnen in huis heeft en hij is zo gul geweest om die met mij en zijn dochter te delen. Jamjam. Polgár, een rode wijn, en Tramini, een witte, waren mijn favorieten.

 

Vrijdag na de lunch vervoerde Olja mij naar de stad zelf. Pécs is enorm mooi, en een verademing na de drukte en gejaagdheid van de grootstad. Met haar mooie gebouwen, parkjes en geplaveide straatjes is Pécs een zeer gezellige, charmante stad. Die dag was spijtig genoeg wel geen geluksdag: het weer zat tegen en het museum van Vasarely waar Olja mij mee naar toe wilde tronen bleek diens collectie tijdelijk niet te bezitten. Vasarely was een artiest, afkomstig uit Pécs zelf, die schilderde in 3D. Check it op de Wiki! Bovendien waren we een koffie gaan drinken in een tof café, Dante genaamd, waardoor het als we weer buitenkwamen al pikdonker was. Toch kon ik oordelen dat Pécs vet in orde was. Bovendien, er was toch ook nog een volgende dag.

’s Zaterdags was het weer al beter, maar vooraleer we naar Pécs konden rijden, moest er natuurlijk nog gegeten worden. Omdat ik (per ongeluk) had laten vallen dat ik kakaós csiga lekker vond, vond Olja haar moeder er niets beter op dan dat maar in grote hoeveelheid te bakken. Zeer voldaan dan terug naar Pécs getrokken en gezien dat ook in het daglicht de stad prachtig is. Gelukkig maar, altijd spannend hoe iemand er uitziet na een nachtelijke ontmoeting… . De Duitsers noemen Pécs ‘Fünfkirchen’; het blijft ons echter een raadsel waarom. De mooie kathedraal die er staat, heeft namelijk maar 4 torens. In het museum waar we naartoe zijn gegaan, vertelden ze ons dat het gebaseerd moet zijn op een misinterpretatie. Toch maar raar hoor. 

Dit raadsel is intussen opgelost door Vader Buelinckx. Kijk bij reacties om het antwoord te weten!

De Kathedraal.

De Kathedraal.

Op het pittoreske Széchenyi tér staat de moskee van Pécs, echter geornamenteerd met een christelijk kruis. De moskee van pascha GáziKászim wordt namelijk als kerk gebruikt. Verdere bezienswaardigheden waren het nationaal theater, het stadhuis, de fontein, en erg ludiek: de ‘liefdessloten’.

Mooie Fontein.

Mooie Fontein.

De liefdessloten.

De liefdessloten.

Verliefde paartjes hangen sloten aan de hekken om hun liefde voor elkaar te betuigen en om ervoor te zorgen dat hun liefde voor eeuwig is. Pécs is the city of love! Ik vraag mij echter af hoeveel van de koppels die een slot aan de hekken hebben gehangen nog samen zijn…Er zou toch een regel moeten zijn om het slot eraf te halen bij het uitmaken?

Verder is Pécs ook nog bekend voor de porseleinfabrikant Zsolnay. Ook in deze stad is trouwens een prachtig postkantoor te bezichtigen in de art nouveau-stijl. Foto’s zullen nog wel volgen, want ik kan niet alles op deze blog zetten.

Nog een interessant weetje: Pécs zal de culturele hoofdstad van Europa worden in 2010.

 

Vandaag, zondag dus, stond op het lunchmenu een traditionele Hongaarse pörkölt met kip. Pörkölt is een typisch Hongaars stoofpotje. En, aangezien de familie Russische roots heeft, stond er ook Russische piroska op het menu. De Russische naam is na wat research volgens mij pelmeny. Het komt erop neer dat men gehakt en ajuinen mengt en op een soort deegje smeert, dat deegje toeplooit en dan bakken maar. Lekker!

Het was weer een geweldig weekend waarin ik werd ondergedompeld in een authentieke Hongaarse familiesfeer. En op zo’n momenten ben ik echt enorm blij dat ik niet alleen Erasmussers ken, maar ook deze kansen krijg om het Hongaarse leven zoals het is van dichtbij mee te maken.

Trouwens, Olja’s moeder heeft mij voorzien van eten voor een hele week hier in Pest. Ze heeft appels, piroski, pasta, pörkölt en kakaós csiga meegegeven, en plus 2 flessen rode wijn voor mama en papa. Ik kan niet beloven dat ik beide meeneem naar België…Moehahaha.

 

Maar dus, om te eindigen; het was heel fijn om er even tussenuit geweest te zijn, maar het gerepte hoofdstadsleven roept mij echter terug tot de orde. Dommage!

 

Viszlát!

 

De Kunst van Hongarije (en ook wel van het samenwonen…) november 19, 2008

Ingedeeld onder: Uncategorized — blaurablogt @ 12:38 pm

Dag mijn lieve lustige lezertjes,

 

Zoals beloofd een blogje over de Nationale Galerij in Buda, die Sofie en ik met een bezoekje hebben vereerd en die bovendien nog bijzonder goed te pruimen was ook. Gelegen in het Koninklijk Paleis in Buda is deze galerij zeer groot, en een pluspunt is zeker en vast de leuke inrichting en compositie van de verschillende zalen. Ga dus zeker hier een kijkje nemen, het is de officiële site van het museum. Deze site biedt tevens een inzicht in de collecties, voorziet ons dus van een catalogus als het ware. Check zeker die vanaf de 20ste eeuw, want daarin waren al mijn persoonlijke favorieten aanwezig. Ik vond het enorm interessant om alleen maar werk van Hongaren te bezichtigen, want dat is toch ook een belangrijk  deel van het Hongaarse cultureel erfgoed, hein? Alvast een voorproefje:

 

  Robert Bereny – Woman playing Cello.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bekijk ook zeker eens Csontváry Kosztka Tivadar, Ferenczy Károly, Gulácsy Janos, Marffy Ödön en vele anderen naar eigen keuze natuurlijk!

  

  

Intussen stapelen aan mijn kant de ergernissen zich op aangaande mijn medebewoners. De dag is niet meer veraf, waarin ik die tv ga bewerken met een sloophamer, om hem daarna uit het raam te keilen en er nog vlug een tiental keer met zware combats wat op ga springen. En dan zal ik er nog eens uitdagend op spugen ook! Het loopt de spuigaten uit. Ze komen het appartement niet uit, en als ze dat doen om naar de winkel te gaan bijvoorbeeld, laten ze de tv natuurlijk gewoon opstaan. Als ze naar feuilletons kijken op de laptop, dient de tv als achtergrond. ’s Morgens vroeg of ’s avonds laat, de tv staat altijd paraat. Verdoemd zij het apparaat! Zoals op dit eigenste moment, we schrijven 13.30u, en de tv staat al een tweetal uurtjes op. Bon, dit neemt natuurlijk niet weg dat het schatten van meiden zijn, en dat we nog altijd wel heel goed overeenkomen.

Ach, misschien heeft het feit dat ik zonet wilde douchen, maar vooraleerst ik de douche kon betreden een pruik waaraan Amy Winehouse haar buitenproportionele bijenkorf niet eens aan kon tippen, diende te verwijderen uit ‘het putteke’ er misschien wel iets mee te maken. Ja, mama, je jarenlange, quasi militaire driloefeningen wat betreft het proper achterlaten van de badkamer, hebben dan uiteindelijk toch hun vruchten afgeworpen! Maar ik durf beweren dat eender wie, zonder het privilege gehad te hebben om zulke opleiding te genieten, bij het zien van zo’n pluk haar in het heilige ende propere putteke van de douche, even zijn/haar appetijt zou verloren hebben.

Ik relativeer het echter allemaal door te denken: “Zij zullen zich ook wel aan mij ergeren.” Toch heb ik mijn serieuze bedenkingen over wat dat in godsnaam zou kunnen zijn… .

 

Maar goed, genoeg geklaagd. Althans, over dit onderwerp. Ik zou nog uren kunnen zagen en zuchten over de oerstomme paper die ik moet schrijven. Maar, lees gerust, ik ga het niet doen, speciaal voor jullie.

 

Ziezo, dat was het weer voor vandaag. Bedankt dat ik even mijn frustraties mocht ventileren.

 

Toedels!

 

Visite, visite, een huis vol visite. november 16, 2008

Ingedeeld onder: Uncategorized — blaurablogt @ 3:08 pm

…dat was niet in mijn dromen, mijn dromen vannacht; maar godzijdank de enige echte werkelijkheid.

 

Jó napot!

 

         Geen nood, do not despair, den Buelinckx is weer there!
          Gene schrik, have no fear, den Buelinckx is weer here! 

Imitatie van het vrijheidsbeeld.

Imitatie van het vrijheidsbeeld.

Waar te beginnen? Het waren zo’n mooie dagen, die van de afgelopen week. Even werd mijn kamertje omgetoverd tot een superdeluxe viersterrenhotel vol met leuke grieten.

 

De Leuvense delegatie (Caroline, Helene, Laura en Stefanie) arriveerde zaterdagnamiddag, de 8ste dag van de 11de maand. Laat ik vooral niet vergeten de rijvaardigheden van deze vriendinnen in het daglicht te stellen. Dit moedig viertal kwam namelijk speciaal voor mij te zien met de auto naar de Hongaarse hoofdstad! Maar goed, die 8ste dus was dan ook meteen het begin van een enorm gezellig weekend vol Budapestste wonderen en Belgische spraakwatervallen. In 2 dagen tijd heb ik als een volleerd gids de meisjes rondgeleid in deze parel aan de Donau. Van Pest naar Buda en terug, met een bezoekje aan de mooie Gellérthegy (= Gellértheuvel), de Gellértbaden én een bezoekje aan het Lisztplein om ons laatste avondmaal in een mooie omgeving te consumeren. Ik moet zeggen, zo met een troep meisjes op straat lopen heeft toch wel ernstige gevolgen voor de mannelijke voorbijgangers. Hahaha, die werkmannen wisten niet wat hen overkwam! Maar helaas, aan alle mooie liedjes komt een eind. Dinsdagmorgen vertrokken ze echter al terug naar het Leuvense, om stages, werkjes, thesissen tot een goed einde te brengen. Via het wereldwijde web wil ik hen nogmaals bedanken voor de enorm fijne dagen. Iedereen mag het weten!  

Op de trapjes in Buda.

Op de trapjes in Buda.

 

Diezelfde dinsdag moest ik ook een presentatie geven waarvan ik wel kan zeggen dat ik ze tot een goed einde gebracht heb. De professor was er dan ook tevreden mee. U ziet, én bezoek over de vloer krijgen én mijn schoolwerk daar niet onder laten lijden; ik ben toch echt een flinke meid.

 

Gelukkig werd de leemte die mijn coole vriendinnen achterlieten algauw opgevuld door een andere coole vriendin, die diezelfde avond mij nog kwam bezoeken. Ook Sofie mocht mijn gastvrouwkunsten en gidstalenten ondervinden. Met resultaat, ze was gewoonweg dol op Budapest.
Het doet me wel deugd dat al mijn bezoekers zo enthousiast zijn over de stad, want dat maakt dat ik er toch wel kan van blijven genieten. Maar ik dwaal af.
Met Sofie heb ik wederom 3 dagen de Budapestse straten onveilig gemaakt, van Pest naar Buda en terug. Ook hier weer heb ik de toffe cafés laten zien, de prachtige plekjes, de mooie gebouwen, en niet te vergeten, de bruggen. Mijn laatste bezoekster werd om een of andere reden wild van alle bruggen, de Kettingbrug op kop natuurlijk. Dat enthousiasme werkte uiteindelijk wel aanstekelijk, met als gevolg dat er enorm veel foto’s werden getrokken van al die bruggen hier. Leuke herinnering, dat wel.
We hebben trouwens ook “aan cultuur gedaan”, we zijn naar het nationaal museum in het Budapaleis gegaan en dat was echt de moeite. Allemaal Hongaarse kunstenaars, van vroeger tot nu. Ik zal nog een blogske wijden aan bepaalde schilders die mij zijn bijgebleven.  
Met Sofie heb ik ook genoten van de thermen, maar dan de Szechenyi-baden. Met 3 buitenbaden, gaande van 34 tot 38 graden Celsius en binnenbaden, sauna’s met lichttherapie en eucalyptusgeurtjes, met een stoombad dat spijtig genoeg niet werkte, was dit een geweldige ervaring. Zeker om rillend van de kou naar buiten te rennen om in het warme bad te plonsen, en dit bij schemering, en uiteindelijk gewoon in den donkere. Maar inderdaad, ook aan dit mooie liedje kwam een eind, en gisterenmiddag vergezelde ik Sofie tot aan de luchthaven om afscheid te nemen. Ook Sofie wil ik via deze weg bedanken voor het meer dan geslaagd bezoekje!

Sofie en ik aan de Szechenyi-baden.

Sofie en ik aan de Szechenyi-baden.

Om het eenzame gevoel dat mij overvalt telkens wanneer mijn bezoek verdwijnt, te bevechten, ben ik met Valérie uit Leuven naar een kotfeestje getrokken, boemvol Erasmussers; Fransen, Spanjaarden, Italianen, Finnen, Duitsers, Ijslanders, noem maar op. Toch blijven al deze contacten oppervlakkig, het is altijd wel eens leuk om in zo’n sfeertje te belanden.

Intussen kan ik niet geloven dat er al twee maanden en een half voorbij zijn. Mijn tijdsbesef is wel zeer dubbel. Als ik terugkijk naar het begin, die 2de september dat ik hier met mama en papa rondliep en mijn schoolzaken begon te regelen, dan lijkt dat al eeuwen geleden. Maar als ik vooruit kijk, en zie dat het einde bijna daar is, dan is het echt van tempus fugit en den tijd gaat rap als ge u amuseert.

Volgend weekend ga ik nog eens op trot. Met Olja, mijn Hongaarse klasgenote, trek ik naar Pécs. En ook hier komt nog een aparte blog over. Nu moet ik echter verder lezen in mijn boek.

Viszlát!

 

Kávézó, een Leuvense delegatie en D.H. Lawrence. november 7, 2008

Ingedeeld onder: Uncategorized — blaurablogt @ 5:12 pm

Dag allemaal!

Het is alweer een paar dagen geleden, maar er is eigenlijk niet veel gebeurd en bovendien worstel ik met een writer’s block. Om jullie toch niet te lang op jullie honger te laten zitten, geef ik een klein verslagje van 2 dagen, of beter gezegd avonden, in de afgelopen week.

Deze week heb ik namelijk eindelijk eens met het andere Leuvense meisje afgesproken, Valérie, en dat is enorm goed meegevallen. Ik heb er weer een leuk plekje door leren kennen, Instant, een tof gebouw waarin elke kamer grappig is ingericht en tevens als caféruimte blijft dienstdoen. Zo is er een kamer waarin alles ondersteboven op het plafond hangt, een tandartspraktijk, een badkamer, … . Klik op de link als je wat foto’s wil zien en er wat meer wil over lezen. Valérie studeert geschiedenis aan de Pazmany universiteit, gelegen buiten Budapest. Ze heeft net als ik dezelfde problemen met dezelfde Erasmuscoördinator, van wie ik overigens na een maand en een half mailen nog steeds geen antwoord heb teruggekregen. Awoe!

Dankzij diezelfde Valerie ben ik dan gisteren nog eens ondergedompeld geweest in een waar l’auberge español-sfeertje, ook al was het zonder Spanjaarden. Wél waren er Fransozen & françaises, Italianen (een Bocaccio!) en zelfs een echte Ijslander. Zoals het goede Erasmussers betaamt, hebben we ook hier weer een coole bar ontdekt, Kuplung genaamd, gelegen in de Király utca, wat ik echt een heel gezellig straatje vind. Langs de straatkant ziet Kuplung er maar een verlopen, bouwvallig pand uit. Blijkbaar deed het voorheen dienst als opslagplaats en garage. Met graffiti hebben ze het binnenin wat trachten op te frissen, maar ook niet té natuurlijk, want het mag allemaal wel wat donker blijven. Underground is cool in Budapest. Wat mij zeer enthousiast maakte omwille van het hoog utile dulci-gehalte, is dat de vrouwenwc’s voorzien zijn van 2 touwen om alle vrouwenbilletjes maar niet op een vuile bril te moeten laten zitten. Grijp de touwen vast en je zit/hangt zowaar nog comfortabel!

Voor de rest heb ik niet bijster veel te vertellen, omdat mijn week toch ook goed gevuld was met het voorbereiden van een presentatie. Ik moet namelijk enkele thema’s bespreken (zoals klasse, huwelijk en symboliek) die een belangrijke rol vervullen in het kortverhaal “Odour of Chrysanthemums” van D.H. Lawrence. Nadien moet die presentatie in een -wederom- 10-pagina’s lange paper worden gegoten. Ik heb dat, mijn principes overboord gooiend, braaf op voorhand gemaakt; omdat morgen de Leuvense delegatie, a.k.a. mijn vier dolle Mina’s, op bezoek komen. Een mens schuift voor zoiets al eens graag zijn principes aan de kant. Soit, dat wordt weer een op en top toeristenweekend! Ik kijk er alvast naar uit. U toch ook?

 

Szia!

 

P.S.: Wie het nog niet moest doorhebben, ik hou van hyperlinks! Op deze manier kan ik nog meer informatie verschaffen in deze leerrijke blog. Wat betreft het YouTube-filmpje: het gaat ‘m alleen om het lied, niet om de video, want die trekt op niets, om van de spelfauten nog maar te zweigen!

P.P.S.: (*spelfouten, *zwijgen)

 

Sándor Petőfi. november 3, 2008

Ingedeeld onder: Uncategorized — blaurablogt @ 2:19 pm

Omdat de hele tijd over mezelf praten soms wel eens kan vervelen (tiens, is dat zo?) -ook al praat ik uiterst graag over mezelf- ga ik het vandaag hebben over meneertje Petőfi. Bij het zien van een Petőfi-brug, een tiental Petőfi-straten en een viertal Petőfi-pleinen, vond ik het namelijk hoog tijd om de man eens grondig door te lichten. Jullie zijn intussen al op de hoogte van mijn “tik-mensen-op-google-in-verslaving”, dus daar zal ik nu even niet over uitweiden.

Nu, ik had zijn naam al wel ‘ns horen vallen tijdens enkele lessen en wist toch al dat het een dichter was. Tot daar. Toen een zeer ambetant vrouwmens mij tijdens een les Australische literatuur nota bene verontwaardigd toeriep “O my god, you don’t know Sándor Petőfi???????????³” nadat zij enkele van zijn verzen declameerde (volledig naast de kwestie op dat moment, maar soit), was ik uiteraard enorm in mijn gat gebeten. Dus stond ik recht, keek haar uitdagend aan met bliksemende ogen en riep met vaste en luide stem: “O my god, you don’t know the poems of Hugo Claus? O jesus, you never heard of …..(eender welke 19de-eeuwse Vlaamse dichter, vrij in te vullen)? You cultural barbarian!” Om haar verder van een impressionant wederwoord à la Buelinckx te bedienen, declameerde ik vervolgens: “Talpra magyar, hí a haza!” Dat zou haar leren! Vol bewondering keek ze me aan, knielde nederig voor mijn poezelige doch stinkende voeten neer, en bood haar excuses aan. Sindsdien heeft ze me nooit meer lastig gevallen. Het is haar geraden, ah nee zekers. (Okee, toegegeven, het gaat toch weer deels over mij.)

Nu, dit wederwoord zou al heel wat geloofwaardiger zijn, moest ik dat ene Hongaarse vers in het Engels hebben gezegd, en dan zou dat iets zijn als dit: “Rise up, Magyar, the country calls!” Zowat de belangrijkste en meestverspreide zin die van de dichter overblijft. Met dit gedicht zette Petőfi namelijk de Revolutie van 1848 in gang. Die revolutie werd trouwens geleid door Kossuth Lajos, wat meteen ook de pleinen en straten met die naam verklaart. Maar laat het me eens een keer niet over revoluties hebben.

Men kan Petőfi zowat beschouwen als de Hongaarse Lord Byron, beiden Romantici, bohemienfiguren, vrijheidsstrijders. Petőfi stierf ook zeer jong in mysterieuze omstandigheden op 26-jarige leeftijd, volgens mij ook een typische trek van al die getormenteerde dichters van die tijd. Petőfi was ook niet vies van het gebruik van dialect, het schrijven van drinkliederen en de gewone man op de straat tot onderwerp te nemen. In die tijd dus allemaal vrij vernieuwend.

Het vervolg van Nemzeti Dal (National Song) gaat als volgt: 

Rise up, Magyar, the homeland calls!
The time is here, now or never!
Shall we be slaves or free?
This is the question, choose your answer! -
On the God of the Hungarians
We vow,
We vow, that we will be slaves
No longer!

 

Ziezo, dat weten jullie dan ook al weer. Ongetwijfeld verruimt dit jullie kennis, en hopelijk kan iemand van jullie er ooit eens mee uitpakken op een of andere quiz. Want is dat niet de enige keer dat we werkelijk iets hebben aan alle nutteloze details die in ons hoofd opgestapeld zitten?

 

Hier is Laura! november 1, 2008

Ingedeeld onder: Uncategorized — blaurablogt @ 7:21 pm

Ziezo, uw prangende aanvragen en hoopvolle verzoeken tot mijn terugkeer in dit mooie blogland hebben dan toch gehoor gekregen. Ik hoop dat jullie intussen hebben genoten van Sarah’s boeiende verslag van onze succesvolle citytrip. Dankzij Sarah heb ik namelijk ook de kans gehad om Buda te ontdekken, wat een aangename verrassing was. Aangeduid door reisgidsen en enkele locals als de Beverly Hills van Budapest, is het daar enorm mooi vertoeven. Ik heb het met mijn eigen ogen en die van mijn zus gezien! [meer foto's volgen op Flickr]

Saar aan het Vissersbastion.

Saar aan het Vissersbastion.

Het uitzicht op Pest.

Het uitzicht op Pest.

Met J.D. uit B., die zo onderhand wel uit zijn anonimiteit verheven zal zijn, heb ik rondgezworven in de straten van Pest, aangezien wij hier in de zomer al het meeste hadden gezien, en aangezien dat onze tactiek is om nieuwe dingen te ontdekken. We hebben dan ook een zeer tof café gevonden in de Dob utca, de slagader van de oude Joodse wijk (weliswaar met dank aan Erik en Katlijn voor de tip). Ook hier weer een oud pand met een zeer ludieke inrichting, tekeningen op de muren en leuk meubilair, en vooral ook goedkope rode wijn die erg in de smaak viel.

 

J.D. uit B. en L.B. uit H.

J.D. uit B. en L.B. uit H.

Zoals het alle toeristen/bezoekers hier betaamt, zijn ook wij iets gaan eten op het Lisztplein, in het restaurant Karma, alwaar ze enorm goeie kip tandoori serveren. Waarvoor een mens dan in Hongarije moet zitten natuurlijk. Binnen bleek dat we toch wel niet naast een Vlaams koppel aan tafel zaten, uit Blaasveld nota bene. Het feit dat de man ook naar de naam Jef luisterde, gaf aanleiding tot een klein gesprekje. Na het lekkere eten, en we dus toch bezig waren met geld uit te geven en te genieten van ‘t goei leven, vonden we het stilaan tijd voor een cocktail. Beiden fan van de enige echte Dude, El Duderino, ofwel niemand minder dan The Big Lebowski, vonden we het dan ook niet meer dan gepast om een echte White Russian te bestellen. Lekker! En nu we ons toch in filmische sferen begaven, was er ook nog een plekje voor een Dry Martini à la Bond. Shaken, not stirred, please!  

 

Er was natuurlijk ook tijd voor serieuzer zaken, wij gaan heus niet alleen maar op café. Vol verwachting trokken we naar het Museum van Schone Kunsten om de Klimtcollectie te gaan bewonderen. Daar aangekomen bleek echter dat die daar helemaal niet aanwezig was, te wijten aan een Sezession-tentoonstelling in Wenen waardoor alle stukken tijdelijk naar ginder werden geëxporteerd. Spijtig maar helaas! In de plaats daarvan zijn we , de koers volledig omgooiend, naar het House of Terror (TerrorHáza) gegaan, waar ik al enkele positieve commentaren had over gehoord. Op zich vond ik de locatie en inrichting zeer geslaagd: het Huis in kwestie was effectief een Huis van de Terreur, zowel hoofdkwartier van de Hongaarse nazi’s als van de communistische AVÓ, wat zoiets is als de Hongaarse Stasi, of de Hongaarse KGB. Het hele decor ademde dan ook een bedrukkende sfeer uit, maar soms sloeg de opstelling al wel eens de bal mis. De regimewissels worden over één en dezelfde kam geschoren en vooral het gebrek aan Engelse ondertiteling/commentaar zorgde ervoor dat een groot deel van de boodschap in rook opging. Er werden wel A4′tjes voorzien in praktisch elke kamer, maar dikwijls waren er Hongaarse citaten, Hongaarse filmkes, … die we dan weer niet begrepen. Persoonlijk had ik het veel sterker verwacht, maar dat neemt niet weg dat het allemaal tot denken stemt. Te weten dat de lijn van slachtoffers nog doorloopt tot de jaren 60 is ronduit schrijnend. Ga een kijkje nemen op http://www.terrorhaza.hu/ voor meer informatie.

 

En nu is iedereen weer weg en ben ik al een hele namiddag pogingen aan het ondernemen om een 400-pagina-tellend boek (number9dream van David Mitchell voor de nieuwsgierigen) uit te lezen, om er vervolgens morgen een 10-pagina’s-lange paper over te schrijven. Maar na mijn 2 geslaagde bezoekjes voel ik me terug ietwat ontheemd en ver van huis. Ach, dat waait wel weer over. Er is namelijk werk aan de winkel, en volgend weekend staan mijn 4 liefste universiteitsvriendinnen hier voor de deur, om afgewisseld te worden door een andere lieve deerne uit het Leuvense. Het leven kan dus ook zeer, maar dan ook zeer schoon zijn.

De Kettingbrug en het zicht op Roosevelt tér en de St. Isztvanbasiliek.

De Kettingbrug en het zicht op Roosevelt tér en de St. Isztvanbasiliek.